Eikenprocessierups
Thaumetopoea processionea L

Uiterlijk:
De rups is de larve van een nachtvlinder, de eikenprocessievlinder.
Ontwikkeling:
De eikenprocessierups wordt op diverse plaatsen gesignaleerd. In het verleden kwam dit overlast veroorzakende beestje voornamelijk in het zuiden van ons land voor. Maar in de afgelopen jaren is het verspreidingsgebied uitgebreid; ze komen nu ook boven de rivieren voor, onder anderen in Drenthe, Friesland en Groningen (zuid).
Leefwijze:
In het najaar in de periode van eind augustus tot september legt het vrouwtje van deze soort haar eitjes op de takken van eikenbomen. Bij voorkeur in de bovenste helft van de boomkroon.


In het voorjaar, begin april tot eind april begin mei, komen de oranjegekleurde rupsen uit de eitjes te voorschijn. De periode van uit-komen heeft te maken met de tijd dat de eitjes worden afgezet op de takken. Dit gebeurd in een periode van vier weken.
Zijn naam dankt de eikenprocessierups aan zijn groepsgewijze zoektocht
(in processie) naar voedsel (eikenbladeren). Jonge bladeren van eiken zijn de belangrijkste bron voor deze veelvraten.
Verwar de processie rups niet met de vroege voorganger van een andere nachtvlinder: DE SPINSELMOT
Schade:
Na de derde vervelling - tussen half mei en half juli - krijgen de rupsen de hen kenmerkende brandharen.
De haren van de eikenprocessierups zijn de veroorzakers van de overlast. De larven van de nachtvlinder zijn in het laatste stadium van hun larve bestaan namelijk bedekt met zogenaamde brandharen. Deze zijn niet tezien voor het menselijk oog. Enkele uren na contact met deze haren kan overlast ontstaan: pijnlijke jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen en luchtwegen. Ongemak is er vooral vanaf half mei tot eind juni.
Binnen 8 uur na het contact kan er een pijnlijke, rode huiduitslag ontstaan met hevige jeuk. Het beeld van de huid kan sterk variëren: van bultjes, pukkeltjes tot en met vocht gevulde blaasjes die kunnen gaan ontsteken. De huidreactie wordt vooral zichtbaar op de onbedekte huid (onderarmen, onderbenen, nek en gezicht). Door zweet, krabben en/of wrijven kunnen de brandharen zich gemakkelijk verspreiden over het lichaam.
Langdurig contact kan ook optreden doordat haartjes in de kleding terecht zijn gekomen. Iemand die vaker met de brandharen in contact is gekomen, krijgt vaak sterkere reacties. Kleding waar haartjes in zitten kunnen het beste worden weggegooid, wassen heeft alleen nut als ze op 60° tot 90° graden een uur lang worden gewassen. Doe ze voorzichtig in een plastic zak en gooi ze weg als chemisch afval.
Bestrijding:
Dit kan op verschillende manieren gebeuren; door branden, plukken, zuigen en verbranding in een speciale zuigmachine.
Als de resten van de rupsen niet deskundig worden afgevoerd maar begraven, dan hebt u nog zeker acht jaar de kans besmet te worden door de brandharen die begraven zijn. Dit houdt ook in als ze weggezogen worden met giertanks vol met water en deze worden gestort op een plek.
Als u een nest of de rupsen ziet lopen kunt u de bestrijding het beste overlaten aan de deskundigen, wij werken met professioneel apparatuur.
De verzamelde rupsrestanten en ander afval wordt volgens de geldende milieuregels afgevoerd naar een erkende verwerker, u krijgt ontvangt na verwerking een vernietigingsverklaring.
Wat kunnen wij voor u betekenen:
De werkzaamheden bestaan uit het (eventueel) monitoren en inventariseren van nesten en het verwijderen van de processierupsennesten.
Belt u ons op voor een deskundige bestrijding of voor informatie: 0592-262185
|